puntakriza.com

wijzigen
home locatie historie apartement over ons kontakt

Grot van Campari in Tramuntana (Cres)

Lubenice, meerdan 2000 jaar oud 
bergdorp op Cres.

Romeins viaduct bij Beli.

De oude stad Osor met het kanaal
tussen Cres en Losinj.

Osor, historische monument, 
modern sculptuur.
Mali Losinj, hoofdstad van de 
Cres-Losinj archipel.
Veli Losinj, ooit de belangrijkste
plaats op het eiland.

Archeologische vondsten in de grotten bij 'Campari' en 'Jami na sredi' op het eiland Cres en 'Vela jama' op Losinj hebben aangetoond, dat in prehistorische tijden, toen de zeespiegel vele meters lager was dan thans, deze eilanden met het vasteland van IstriŽ waren verbonden en dus in feite geen eilanden waren. Het bewijs daarvoor vormen de in deze grotten gevonden skeletten van inmiddels uitgestorven zoogdieren.
De oudste sporen van menselijke bewoning zijn gevonden in het gebied rond Punta Kriza en dateren van ongeveer 12000 jaar geleden. De meest logische verklaring daarvoor is de -vooral toenmalige- ontoegankelijke rotskust langs de oostzijde van Cres, die pas in het uiterste zuiden overgaat in een glooiend landschap, dat gemakkelijk toegang biedt vanaf zee. Overigens zijn de meeste grotten via voetpaden te bereiken en vrij toegankelijk, zodat vakantiegangers een indruk kunnen krijgen van vervlogen tijden.

De eerste bekende bewoners van deze archipel waren de Indogermaanse IllyriŽrs, die rond 1200 v. Chr. vanuit Midden-Europa naar dit gebied kwamen. Er waren twee stammen, de Dalmaten die naar zuidelijker streken gingen, en de LiburniŽrs, een geducht zeevarend (en zeerovend) volk, dat over lichte roeiboten beschikte, die ook door de Romeinen tot in de 11e eeuw werden gebruikt. Uit deze tijd daterende primitieve vestingen zijn nog op vele plaatsen aantoonbaar; vondsten van keramische en metalen voorwerpen worden tentoongesteld in het archeologische museum van Osor.

Of de oude Grieken, die rond 400 v.Chr. vanuit het zuiden oprukten en steden stichtten als Korcula, Hvar en Trogir, hun tocht tot Cres/Losinj hebben voortgezet is nooit aangetoond. Ze kenden de archipel echter wel, getuige de naam 'Absyrtides' voor Cres/Losinj en Absoros voor de stad Osor, beide afgeleid van de Griekse koningszoon Absyrtos uit de Argonautensage. Het waren echter de Romeinen die het militaire belang van de eilandengroep inzagen en in de 3e eeuw v.Chr. begonnen met een bloedige oorlog tegen de IllyriŽrs, tot in het jaar 9 n.Chr. onder keizer Augustus de volledige overgave een feit was en de archipel als deel van de provincie DalmatiŽ bij het Romeinse rijk werd ingelijfd. Osor, dat een voor de scheepvaart onmisbaar kanaal bezat, werd de belangrijkste stad met een aanzienlijke mate van zelfbestuur. Sporen van deze tijd zijn overal op Cres te vinden in de vorm van Romeinse wegen, viaducten, resten van villa's en oude plaatsen als Caput Insulae (Beli), Hibernicia (Lubenice) en Crepsa (Cres).

Met de ondergang van het Romeinse rijk rond 400 n.Chr. braken voor de archipel chaotische tijden aan. Overheersing door het Oost-Gothische rijk van Theodoor de Grote tot 535, dan onderdeel van het Byzantijnse rijk, dat het in het begin van de 7e eeuw zwaar te verduren kreeg van de vanuit het zuiden oprukkende Awaren en Slavische Kroaten. De Byzantijnen beperkten hun bezittingen tot de oude Romeinse steden, waartoe ook Osor behoorde, en bekommerden zich niet meer om het omliggende land, tot het zeeroversvolk, de Sarazenen in 842 Osor verwoestten en er een periode zonder duidelijk bestuur aanbrak, waarin de Kroaten weliswaar onder het bestuur van Karel de Grote vielen, maar daar weinig van merkten. Onder de opvolgers van Karel de Grote verzwakte de invloed van het rijk dusdanig, dat de Kroatische koning Tomislav in het begin van de 10e eeuw de eerste zelfstandige Kroatische staat kon stichten.

Daarna was het de Doge Orsoleo II van VenetiŽ, die al snel een einde aan de zelfstandigheid maakte: uit het jaar 1018, toen hij met zijn vloot voor Osor lag, dateert een dokument, waarin de stad zich verplichtte jaarlijks een 'tribuut' van 40 martervellen te betalen. Hij verloor alweer 50 jaar later de macht aan de Kroatische koning Kresimir, maar uiteindelijk waren het de vorsten van Hongarije en Oostenrijk, die van 1102 tot 1918 de dienst zouden gaan uitmaken. Veel kerken en andere gebouwen op Cres herinneren aan deze tijd. Losinj heeft een wat jongere geschiedenis: het oudste dokument dat gewag maakt van 'Velo selo' en 'Malo selo' (groot dorp en klein dorp) dateert uit 1398 en bepaalt de hoogte van de belastingen die aan Osor moesten worden afgedragen. De dorpen, ooit gesticht door 12 van het vasteland afkomstige Kroatische families, vormen thans Mali en Veli Losinj, waarvan het 'kleine dorp' tot hoofdstad is uitgegroeid...

De stad Cres, die sinds de Venetiaanse tijd uitgroeide tot de belangrijkste plaats, verloor langzaam terrein aan Mali Losinj, dat over een uitstekende natuurlijke haven beschikte en zich ontwikkelde tot centrum van de scheepvaart. In 1854 werd hier de zeevaartschool gesticht, die ook nu nog een belangrijk opleidingsinstituut voor de koopvaardij is. Op het hoogtepunt van haar roem rond 1870 beschikte Mali Losinj over een vloot van 150 grote zeilschepen (tot ca 1500 ton) die de wereldzeeŽn bevoeren. Aan het einde van de eeuw verloor de stad haar leidinggevende positie in de scheepvaart aan scheepswerven langs de kust, waar steeds grotere stoomschepen werden gebouwd, die het einde van het zeiltijdperk veroorzaakten. Ongeveer tezelfdertijd kwam een jarenlang aanhoudende epidemie van de Phylloxera (bladluis) op gang, die het vrijwel geheel van land- en tuinbouw levende eiland Cres zeer zwaar trof en een emigratiestroom op gang bracht, die tot jaren na de tweede wereldoorlog zou voortduren.

Aan het einde van de eerste wereldoorlog, in 1918, ontstond het koninkrijk JoegoslaviŽ, waarvan echter Cres, Losinj, IstriŽ en de grote havenstad Rijeka geen deel uitmaakten. Deze delen, waar zich intussen een aanzienlijk toerisme had ontwikkeld, werden toegewezen aan ItaliŽ en bleven daarvan deel uitmaken tot aan het einde van de tweede wereldoorlog. De 'italianisering' heeft overal sporen achtergelaten, die men terugvindt in havens, architektuur en zelfs in vele familienamen.
In het vredesverdrag van Parijs uit 1947 werden tenslotte alle gebieden onderdeel van de federatieve republiek JoegoslaviŽ, die sinds mei 1945 werd geleid door maarschalk Tito. In deze periode van politieke rust ontwikkelde het toerisme zich met rasse schreden en bracht welvaart in de regio. Er werden grote hotels gebouwd op het schiereiland Cikat bij Mali Losinj (Bellevue, Aurora, Helios, Alhambra), er kwam waterleiding vanaf het onuitputtelijke Vranameer, een geasfalteerde weg van de veerhaven Porozina tot de hoofdstad, electriciteit en aan het einde der 80'er jaren was er zelfs een bescheiden telefoonnet opgezet.

Natuurlijk bleven de verbeteringen van de infrastructuur in eerste instantie voorbehouden aan de grotere plaatsen. Zo duurde het tot eind 1970 dat Punta Kriza van electriciteit werd voorzien en werd de verbinding Osor-Punta Kriza pas in juli 1974 geasfalteerd. Tot die tijd was er alleen een onverharde postweg, die te voet of per paard werd begaan. Telefoon kwam in 1994 in het dorp beschikbaar en de vervanging van de provisorische losliggende waterleiding door een ondergronds systeem liet tot 2001 op zich wachten.
De Balkanoorlog in het begin van de 90'er jaren verliep in de archipel geheel zonder bloedvergieten omdat de samenstelling van de bevolking afweek van die in de rest van KroatiŽ. Het waren Kroaten van in hoofdzaak Italiaanse afstamming, met een kleine Servische minderheid, die of volledig was geÔntegreerd, dan wel bij het eerste nieuws over een zelfstandige staat geruisloos verdween. De oorlog bracht echter enorme economische schade toe aan het gebied, doordat het toerisme volledig tot stilstand kwam. Duitse, Oostenrijkse en Italiaanse toeristen keerden als eersten schoorvoetend terug, maar het duurde tot het begin van de 21ste eeuw voordat de hotels en vakantiewoningen in het hoofdseizoen weer volgeboekt waren.

Bronnen:

Otocki ljetopis (eilandkronieken) 1975.
Apsyrtides, Branko Fucic, 1990
JoegoslaviŽ, drs. G. de Rijk, 1980
Cres-Losinj und umliegende Eilande, Leticija Suljic, 1973